Van wie zijn de duiven?

Ik kijk uit het raam, een duif kijk terug. Denk ik. De duif kan mij helemaal niet met twee ogen tegelijk aankijken. Valt me nu pas op. Ik weet niet of de duif er last van heeft. Ik weet niet hoe de wereld eruit ziet voor een duif.

Deze duif is lelijk. Duiven kunnen elkaar ook niet met twee ogen tegelijk aankijken. Misschien zien duiven er voor elkaar heel anders uit dan voor ons. En andersom natuurlijk. Of denken duiven niet over mensen na.

De muur onder de duif is gestreept door duivenpoep. De duif vliegt weg, de poep blijft. Wie is de eigenaar van de duivenpoep, vraag ik me af. Van wie zijn de duiven eigenlijk? Zijn de duiven van de stad? Maar van wie is de stad? Is de stad van de mensen die de duivenpoep opruimen? Zijn de duiven van de mensen?

Als dat zo was, werden de duiven dan niet wat massaler uitgeroeid? Zo geliefd zijn ze volgens mij niet. Blijkbaar zijn de duiven het probleem niet. Hoeven ze niet opgelost. De poep is het probleem, de poep moet opgelost.

De poep is van de mensen. De mensen die het willen oplossen. De duiven zijn het probleem niet, de duiven zijn van niemand. De stad is van mensen. De mensen die de duivenpoep opruimen worden eigenaar van het probleem. Het is hun duivenpoep, ze lossen het op. De stad is van deze mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.